{
  "$type": "site.standard.document",
  "canonicalUrl": "https://bisse.nl/blog/posts/2022/07-04-beer",
  "path": "/posts/2022/07-04-beer",
  "publishedAt": "2022-07-04T08:37:33.000Z",
  "site": "at://did:plc:t4bzqfd4wo3ukq62opjuvy2u/site.standard.publication/3mpeliratc624",
  "tags": [
    "beer"
  ],
  "textContent": "1\n\nEr wordt gebeld. Ik doe de voordeur open. Er staat een beer op de stoep.\nIk zeg, Goedemorgen mm... Ik aarzel. Is het een meneer of een mevrouw?\nIk heb niet zo'n kijk op beren. De beer mompelt een groet, met een zware\nstem, maar zo'n stem zegt niks.\n\nDe beer staat rechtop. Hij houdt zijn hoofd iets scheef, om mij langs\nzijn neus omlaag aan te kunnen kijken. Toch is hij niet veel groter dan\nik. Misschien is het nog een kind. Wat kan ik voor u doen?, vraag ik.\nIk blijf beleefd, voor alle zekerheid. En zo ben ik nu eenmaal opgevoed.\n\nIn zijn rechtervoorpoot heeft de beer een kopje. Dat steekt hij naar me\ntoe. Kunt u misschien... Nu aarzelt de beer. Een kopje suiker\nlenen?, vul ik aan. De beer bromt. Hnnnggg. Langzaam wiegt de beer\nheen en weer. Hij lijkt schuchter, niet gewend om een gunst te vragen.\nJa?, zeg ik. Honing..., mompelt de beer.\n\n\n\nHelaas, daar kan ik u niet aan helpen. De beer wiegt nog een keer.\nKan ik iets anders voor u doen? De beer zwijgt. Langzaam laat hij zich\nop drie poten zakken. Hij lijkt niet goed te weten wat hij met het kopje\nmoet doen. De beer draait zich om, en loopt wat ongemakkelijk het pad\naf, het lege kopje nog steeds in z'n rechtervoorpoot. Het spijt me,\nroep ik de beer nog na. Altijd jammer als je een mens een simpele wens\nmoet weigeren. Of een beer.\n\n<time class=\"mytime\">7 februari 2010</time>\n\n2\n\nMet zijn kont duwt hij de huisdeur dicht. Het lege kopje zet hij op de\nhoedenplank. Dan blijft Beer staan. Hij luistert... niets. Een doodse\nstilte.\n\nOma ligt in het ziekbed in de huiskamer, de ogen gesloten. Slaapt ze?\nMet zijn snuit betast Beer voorzichtig Oma's oor. Ze ruikt naar\nlavendelzeep, maar ook naar iets anders, iets waaraan Beer liever niet\ndenkt. De oogleden van Oma trillen, een pijnlijk glimlach komt om haar\nlippen. Geen honing, bromt Beer. Het geeft niet. Oma's stem is zwak.\nBeer is droevig. Hij had Oma graag een laatste wens vervuld.\n\nBeer kijkt naar Oma en zwijgt. De tijd verstrijkt, de schemering valt.\nOma beweegt zich niet meer.\n\n<time class=\"mytime\">11 maart 2010</time>\n\n3\n\nBeer staat in oma’s slaapkamer. Het grote bed is verdwenen. Verder is de\nkamer in al die jaren niet veranderd. Aan de muur staat nog oma’s\nopmaaktafel, met de grote spiegel erboven. Beer kijkt in de spiegel. Wat\nhij ziet is niet fraai. Diverse “incidenten” hebben zijn uiterlijk geen\ngoed gedaan. Als hij op straat komt rennen kinderen gillend voor hem\nweg. Grote mensen wenden in afschuw hun hoofd af. Beer is eenzaam.\n\nBij de spiegel staat een flesje nagellak. Roze. Ongebruikt. Beer kijkt\nnaar zijn nagels. Bruin, met diepe zwarte krassen. Hij opent het flesje,\nen begint zijn nagels te lakken. Het is een geduldwerkje, met dat veel\nte kleine kwastje. Beer heeft geduld. Als de nagels van zijn linker\nvoorpoot glimmen als zuurstokken is het flesje leeg.\n\nDoor de keukendeur loopt Beer naar buiten. In het schuurtje vindt hij\neen pot verf, overgebleven van een schilderbeurt van de keuken, die\nsindsdien zonnig oranje straalt. Hij doopt zijn bruine nagels in de\nverf. Wat te veel is veegt hij af aan het gras. Dan gaat hij in de\nkeuken op de grond zitten, kijken hoe de verf droogt.\n\nEen dag later komt Beer langzaam overeind. Langs het keukenraam hangt\neen bloemetjesgordijn, witte bloemen op een lichtblauwe achtergrond.\nBeer neemt het gordijn en wikkelt het om zijn middel, als een rokje.\nEven later staat hij weer voor de spiegel. Met moeite weet hij een oud\nhoedje van oma met een hoedenspeld op zijn hoofd te bevestigen, precies\ntussen zijn oren. Het was oma’s lievelingshoed, lichtgeel, met een\ndelicate franje. Een zomers hoedje. Lang bekijkt Beer het resultaat in\nde spiegel. Hij is blij dat oma hem zo niet kan zien.\n\nAls Beer op straat komt beginnen de kinderen te lachen. Ze lopen niet\nweg, ze gooien niet met stokken en stenen. Beer loopt, kinderen joelend\nachter hem aan. Beer loopt het bos in. De kinderen volgen. Bij de oude\neik houdt Beer stil. Hij richt zich in zijn volle lengte op, blijft\nenkele minuten onbeweeglijk staan, tot alle kinderen zwijgen. Hier en\ndaar ziet hij verschrikte ogen. Dan begint Beer langzaam met zijn heupen\nte wiegen. Hij danst. Hij draait in het rond. En de kinderen beginnen\nweer te schateren. Ze dansen met hem mee, in een cirkel in het rond. Als\nBeer stopt en de andere kant op begint te draaien beginnen ook de\nkinderen de andere kant op te lopen. Steeds sneller draait Beer, dan de\nene kant op, dan de andere kant op, en de kinderen rennen heen en weer\ntot ze gierend van het lachen over elkaar heen vallen. Dan springt Beer\nbovenop de kinderen. Met zijn roze en oranje klauwen verscheurt hij ze\nallemaal. En hij eet, en eet, tot hij niet meer kan. Beer is gelukkig.\n\n<time class=\"mytime\">24 november 2013</time>",
  "title": "Beer"
}